1. Het ontharen van de lederhuiden
De ruwe huiden komen bij de leerlooierij binnen. Wat moet je je daarbij voorstellen? Een koeienhuid meet al gauw 5-6 m² en weegt gemakkelijk 30-45 kg. Om zo’n huid te tillen heb je wel twee paar sterke armen nodig.
Aan de buitenkant zit de ruwe huid vol met haren, aan de onderkant met vleesresten, spierweefsel e.d. Dat moet er eerst allemaal af.
Het ontharen gebeurt in supergrote trommels van wel zes meter doorsnee. De haren worden tijdens het wassen, door de ontharingsmiddelen en het ronddraaien in de trommel, van de huid losgeweekt. Deze wasbeurt duurt gemiddeld twee dagen! De huid komt er wit uit en wordt nu ‘bloot’ genoemd. Een logische benaming, want hij heeft geen haren meer.
2. Het walsen van het "bloot" leer
De "bloot" is nog niet helemaal schoon. De vlees- en vetresten en het spierweefsel worden door een walsmachine van de huid afgeschraapt. Op de walsrol (cilinder) zitten allemaal scherpe mesjes. Terwijl de wals over de huid rolt, krabben zij de dierlijke resten ervan af. De ruwe huid is nu helemaal schoon, maar nog niet netjes. Om te beginnen heeft hij geen gelijkmatig oppervlak. De wals plet de huid tot een egale dikte. Na het walsen wordt iedere huid grondig gecontroleerd. Slechte, onbruikbare stukken worden er meteen afgesneden. Nu is de huid klaar voor de volgende fase.